De Broodwinkel (2026)

In de zomer van 2026 speelden we het stuk De Broodwinkel van Bertolt Brecht, in een bewerking van onze regisseur Arie de Mol. Bijna 900 bezoekers zagen de voorstelling op Landgoed Eyckenstein; een locatie die garant staat voor een prachtige zomeravond (of -middag).

Een straat ergens in Berlijn, 1930. In de aanloop naar kerst tekent zich een schrijnend contrast af rond een bakkerij: boven wonen ‘de rijken’ in hun veilige woning, buiten wachten ‘de armen’ tevergeefs op werk en brood. Niobe Queck, een jonge weduwe met 5 kleine kinderen, kan haar huur niet meer betalen en we zien haar in volle vaart van de ladder vallen. Schiet iemand haar te hulp of laat iedereen dit gebeuren? Parallel daaraan zien we Washington Meyer (een jonge werk- en dakloze) juist uit de goot kruipen. Hij weet een baantje te bemachtigen als krantenverkoper. Aanvankelijk volgt hij “de wetten van de jungle” en kiest voor zichzelf, maar hij kan zijn medeleven met het lot van de weduwe Queck niet onderdrukken.

Ondanks de waarschuwingen van het koor dat “degene die mededogen toont met de zwakken” zijn eigen graf graaft, volgt Meyer toch zijn hart en maakt zich sterk om de weduwe van de straat te krijgen. Als dat niet lukt, wordt de rebel in hem wakker. Maar wie krijgt hij mee? Hoeveel solidariteit mag je verwachten in een wereld die op wankelen staat? Genadeloos en met bijna cabareteske vrolijkheid legt Brecht bloot hoe in tijden van crisis de ellende van boven naar beneden wordt doorgegeven. Wie hoger staat, beschermt wat hij heeft, wie lager staat, vecht om te overleven. Zelfs onder de allerarmsten maakt saamhorigheid plaats voor concurrentie: iedereen grijpt de kans om zelf hoger te komen, desnoods ten koste van de ander. Het recht van de sterkste geldt. Niobe Queck is hierop een uitzondering. Zij verzet zich niet en draagt haar lot op bewonderingswaardige wijze. Haar wonderlijke, bijna onmenselijke levenshouding is hoop en anker tegelijk, ook al komt zij niet als winnaar uit de strijd. Maar vooral háár gedrag stemt tot nadenken.

Bertolt Brecht (1898-1956) was een toonaangevende Duitse schrijver en theatermaker in de vorige eeuw. De Broodwinkel schreef hij in 1930 als reactie op de crisis van 1929. Brecht staat erom bekend dat hij het in zijn stukken altijd opneemt voor de mensen aan de onderkant van de samenleving. Het stuk toont feilloos aan hoe in tijden van crisis de problemen steeds verder naar beneden worden doorgegeven langs de maatschappelijke ladder. De manier waarop hij uitwerkt hoe dit vooral de minst bedeelden raakt, kan moeiteloos worden vertaald naar de huidige samenleving.

Datum vr 26 en za 27 juni, do 2, vr 3 en za 4 juli 2026 om 20.00 uur
zo 28 juni, zo 5 juli 2026 om 14.30 uur
Locatie Landgoed Eyckenstein
Dorpsweg 193
Maartensdijk
Regie Arie de Mol
Productie Marius van den Bosch
Spelers Arthur Agterberg (meneer Meininger), Miralda Akkermans (werkloze Mascher, kind Heinrich), Michaël Amin (werkloze Kasimir, kind Wilhelm), Margot van den Belt (werkloze Lena, kind Frida | in eerste weekend), Ida Boogaard (Niobe Queck), Hans Frederiks (meneer Dittmeyer, Ajax Januschek, politieagent, arts), Marianne Grutterink (werkloze Lotte), Peter Huber (Washington Meyer), Brigitte Kant (mevrouw Dittmeyer, meneer Schmitt, luitenant Hippler), Ellen Olde-Bijvank (werkloze Lena, kind Frida | in tweede weekend), Cora Oostveen (werkloze Alfons, kind Leopold), Ilja Raspe (mevrouw Januschek, meneer Flamm, welzijnswerkster), Tonneke van der Sluijs (mevrouw Franzke, meneer Reuter, zuster Möhring), Adrie Zwanenberg (koor)
Muziek Miralda Akkermans (slagwerk), Joke Baar (trompet), Maaike Botman (altsaxofoon), Arturo Escalante (tenor- en sopraansaxofoon), Marielle Hintzen (trompet), Peter Huber (piano), Han Hulscher (trompet), Minko Hulscher (trombone), Ankie de Niet (alt- en sopraansaxofoon), Wim Schauten (trombone), Ton Schunselaar (baritonsaxofoon), Patrick van Velzen (euphonium), Marjolein Weda (altsaxofoon)
Techniek Gert-Jan Streefland (licht), Jan Erik Kant (geluid), Mike Lambooij (geluid)
Decor Otto van de Beek
Kostuums Geertje de Roo
Kap en grime Suze Boom, Olga van der Linden
Medewerkers Dank aan alle vrijwilligers: Francis de Bruijne, Aafke van Mourik, José Buur, Harry Hartman, Nico Buur, Piet Hein Copijn, e.v.a.
Vierklank 29-4-2026

 

Vierklank 3-6-2026
Vierklank 17-6-2026

Beschrijving

In de zomer van 2026 speelden we het stuk De Broodwinkel van Bertolt Brecht, in een bewerking van onze regisseur Arie de Mol. Bijna 900 bezoekers zagen de voorstelling op Landgoed Eyckenstein; een locatie die garant staat voor een prachtige zomeravond (of -middag).

Een straat ergens in Berlijn, 1930. In de aanloop naar kerst tekent zich een schrijnend contrast af rond een bakkerij: boven wonen ‘de rijken’ in hun veilige woning, buiten wachten ‘de armen’ tevergeefs op werk en brood. Niobe Queck, een jonge weduwe met 5 kleine kinderen, kan haar huur niet meer betalen en we zien haar in volle vaart van de ladder vallen. Schiet iemand haar te hulp of laat iedereen dit gebeuren? Parallel daaraan zien we Washington Meyer (een jonge werk- en dakloze) juist uit de goot kruipen. Hij weet een baantje te bemachtigen als krantenverkoper. Aanvankelijk volgt hij “de wetten van de jungle” en kiest voor zichzelf, maar hij kan zijn medeleven met het lot van de weduwe Queck niet onderdrukken.

Ondanks de waarschuwingen van het koor dat “degene die mededogen toont met de zwakken” zijn eigen graf graaft, volgt Meyer toch zijn hart en maakt zich sterk om de weduwe van de straat te krijgen. Als dat niet lukt, wordt de rebel in hem wakker. Maar wie krijgt hij mee? Hoeveel solidariteit mag je verwachten in een wereld die op wankelen staat? Genadeloos en met bijna cabareteske vrolijkheid legt Brecht bloot hoe in tijden van crisis de ellende van boven naar beneden wordt doorgegeven. Wie hoger staat, beschermt wat hij heeft, wie lager staat, vecht om te overleven. Zelfs onder de allerarmsten maakt saamhorigheid plaats voor concurrentie: iedereen grijpt de kans om zelf hoger te komen, desnoods ten koste van de ander. Het recht van de sterkste geldt. Niobe Queck is hierop een uitzondering. Zij verzet zich niet en draagt haar lot op bewonderingswaardige wijze. Haar wonderlijke, bijna onmenselijke levenshouding is hoop en anker tegelijk, ook al komt zij niet als winnaar uit de strijd. Maar vooral háár gedrag stemt tot nadenken.

Bertolt Brecht (1898-1956) was een toonaangevende Duitse schrijver en theatermaker in de vorige eeuw. De Broodwinkel schreef hij in 1930 als reactie op de crisis van 1929. Brecht staat erom bekend dat hij het in zijn stukken altijd opneemt voor de mensen aan de onderkant van de samenleving. Het stuk toont feilloos aan hoe in tijden van crisis de problemen steeds verder naar beneden worden doorgegeven langs de maatschappelijke ladder. De manier waarop hij uitwerkt hoe dit vooral de minst bedeelden raakt, kan moeiteloos worden vertaald naar de huidige samenleving.